Liever schriftelijk? Stuur mij een bericht
Amsterdam, Kunsthandel Frans Buffa en Zonen, 1933
Sotheby’s Amsterdam, 7 december 1995, lot 169
Sotheby’s Amsterdam, 1 december 1997, lot 321
Collectie Wim Kruidenberg, Assendelft
Particuliere collectie, Amsterdam
Amsterdam, Kunsthandel Frans Buffa en Zonen, Adriaan Lubbers, 29 april – 13 mei 1933
Laren, Singer Museum, Adriaan Lubbers (1892-1954). Tussen Nederland en New York, 28 november 1999 – 20 februari 2000, nr. 26
Bergen, Museum Kranenburgh, Kunstenaars op vakantie, 11 augustus 2009 – 17 januari 2010
J. Slagter, ‘Adriaan Lubbers bij Frans Buffa en Zonen, Amsterdam’, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift jrg. 43, deel 86, juli-december 1933, pp. 68-70
A. Venema, Adriaan Lubbers’ New York, Mijdrecht 1980, pp. 19, 21, afgebeeld
A. Blokland, Adriaan Lubbers 1892-1954. Tussen Nederland en New York, Laren 1999, pp. 45-46, afgebeeld
Verso geannoteerd: “A. Lubbers. Man on ‘L’ station, 1930, Adriaan Lubbers’
Adriaan Lubbers was één van de eerste Europese kunstenaars die naar New York afreisde om de bruisende metropool op het doek vast te leggen. Gedurende verschillende verblijven in de stad (1916-1919, 1926-1928, 1937, 1954) raakte hij gefascineerd door de overweldigende architectuur en het hectische leven in deze wereldstad. Ook in de latere jaren, toen hij woonachtig was in Parijs en Laren, bleef New York hem boeien.
In zijn New Yorkse stadsgezichten trekt Lubbers de lijn door die hij in Positano had ingezet. Hij benadrukte de dominante lijnen van de architectuur, terwijl zijn verfbehandeling steeds vrijer en gedurfder werd. Dat zien we goed in ‘Man on L Station’ uit 1930 (‘L Station’ staat voor ‘Elevated Station’, de metrolijn in New York). De verf is in ongewoon dikke lagen opgebracht, waarbij de details met de achterkant van het penseel in de verfhuid zijn gekrast. Volgens sommige critici leek de verfbehandeling van Lubbers meer op metselen dan schilderen. De stad in wintertooi was een favoriet thema van Lubbers, die geboeid was door het contrast tussen de zachte, witte sneeuw en de monumentale, harde lijnen van de architectuur.
Opvallend genoeg schilderde Lubbers een groot deel van zijn gezichten op New York in Parijs, waar hij vanaf 1928 woonde en werkte op Rue des Pierrelais 7. Hij putte inspiratie uit getekende studies die hij in de voorgaande jaren in New York had gemaakt. Volgens sommige bronnen zou hij in 1930 nog in New York terug zijn geweest, maar zeker is dit niet.
Lubbers exposeerde ‘Man on L Station’ op zijn solo tentoonstelling bij de Amsterdamse kunsthandel Frans Buffa in 1933. De bekende kunstcriticus Jan Slagter, die goed bevriend was met Leo Gestel, stond uitgebreid stil bij het schilderij, dat grote indruk op hem maakte. Lubbers schilderde hier geen anecdote, maar een pregnant beeld van de mens in de moderne metropool, waar naast opwinding en dynamiek, een bruisend leven, ook plaats was voor eenzaamheid of een zwaar gemoed:
‘Hoog boven de straat is het ‘L’ station van den spoorweg. Het sneeuwt; alles is wit. De trein is weg of moet nog komen. Heel dicht op de voorgrond, zoo dat alleen de groote kop zich plaatst voor het beeld van de besneeuwde oneindigheid, een man, die daar op zijn trein wacht, of het station verlaat. Hoe nuchter en eenvoudig zijn deze feiten, maar hoe fel weet Lubbers ons hier te ontroeren, niet door medelijden voor dezen man, maar door de verheffing van deze werkelijkheid, die velen zou afstooten, tot schoonheid. Ieder mag er bij denken, wat hij wil: hoe eenzaam die man daar is, hoe meedogenloos en verpletterend de technische volmaaktheid van de metropool, hoe fijn de tint van sneeuw tegen de wolkenkrabbers. Maar niemand zal dien man vergeten, grauw-bruin en eenzaam, huiverig stappend door de sneeuw tusschen de rijzing der wolkenkrabbers, die in het gewarrel der witte vlokken nog vreemder wonderen lijken. Dit is geen verhaaltje of anecdote, maar een met zeer beperkte middelen zuiver schilderkunstig geschapen beeld van een samenleving, zooals dat beeld in Lubbers ontstond’.
Dat Lubbers’ eigenzinnige visie op de stad New York op een vruchtbare bodem viel blijkt uit het commentaar van de criticus Leo Faust, die in 1930 een bezoek bracht aan de fameuze Parijse galerie Zak op de Place St. Germain des Pres en daar het jongste werk van Lubbers zag. ‘New York is in de mode’, schreef hij. ‘Zoo heeft Lubbers geboft dat zijn ster rees juist op het goede moment. Parijs wachtte op iemand, die met dichterlijke visie van den kunstenaar, tastbaar, scherper geformuleerd dan met woorden, haar het nieuwe decor suggereeren kon’.
Een jaar later exposeerde Lubbers wederom bij Galerie Zak en schreef de NRC: ‘Hij was de eerste Europeesche schilder, die aan de bonkige overweldiging der Manhattan en Brooklyn-verhoudingen zijn heele oeuvre wijdde. Hij gaf de eerste veelomvattende interpretatie, die iets anders was dan een toeristenindruk’.
In Nederland bleef het New Yorkse werk niet onopgemerkt. Het was in november 1930 te zien bij Kunsthandel Hofstee Deelman, waar Lubbers z’n New Yorkse stadsgezichten exposeerde. Of ‘Man on L Station’ daar ook heeft gehangen, is niet zeker.
Piet Mondriaan, die Lubbers leerde kennen in zijn Parijse jaren, had grote waardering voor zijn New Yorkse werken en deelde de fascinatie voor de stad. In een brief aan Lubbers schrijft Mondriaan: ‘Ja ik geloof ook dat je van New York nog veel kunt maken maar ’t lijkt me noodig dat je er dan eerst weer eens een tijd komt. Die grootheid die in je Amer. dingen zit, zit ook wel in ’t andere werk maar mij dunkt New York is een al zeer geschikt motief … Piet Mondriaan’. Lubbers schilderde in 1931 een portret van Mondriaan, dat later deel zou uitmaken van de collectie van de Mondriaan biograaf Michel Seuphor. In zijn Parijse tijd raakte Lubbers ook bevriend met Maurice Utrillo, die drie werken van New York van hem bezat.
We sluiten af met een citaat van de eerdergenoemde Jan Slagter. Hij beschrijft Lubbers’ fascinatie voor de stad en het levensgevoel dat hij in zijn schilderijen probeerde uit te drukken:
‘Het is de onmiskenbare verdienste van Adriaan Lubbers, dat hij – ik wil niet zeggen de – maar een schoonheid van New York heeft ontdekt, n.l. de schoonheid, die hij daar zelf in heeft gezien en die niemand anders zoo heeft gezien en dat hij voor ons die schoonheid schilderkunstig heeft weten te verwerkelijken. Dit beeld van de wereldstad, zooals dit langzamerhand in Lubbers is ontstaan, is soms huiveringwekkend, soms teeder en liefelijk, soms aangrijpend, maar altijd persoonlijk en zuiver. Dat wil zeggen: eerlijk in de middelen om het doel te bereiken. Geen uitbuiting van picturale kwaliteiten, geen gecoquetteer met wit en zwart à la Brangwyn, geen pittoreske effekten, geen neiging om den Amerikaan in het gevlij te komen (…) Adriaan Lubbers doorleefde de stad, zag er het grootsche van en voelde de stad als een levend wezen, één met de menschenmassa, die er doorschiet als de bloedlichaampjes in een ader. Tragisch, ontzettend, leven-opzuigend is dit New York van Lubbers, maar met een autonome schoonheid. Wat is het er ontzettend eenzaam, denkt men bij het aanschouwen van deze wereldstadbeelden. Wel zijn er millioenen menschen, maar hoe alleen moet de mensch zich hier voelen in dezen rechtlijnigen chaos van verticalen, in deze opstapelingen van steen en staal’.
Geraadpleegde literatuur:
J. Slagter, ‘Adriaan Lubbers bij Frans Buffa en Zonen, Amsterdam’, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift jrg. 43, deel 86, juli-december 1933, pp. 68-70
H.v.M., ‘Het Verre Oosten en New York’, De Tijd, 10 mei 1933
D.A. Klomp, In en om de Bergensche School, Amsterdam z.j. (1943), pp. 111-
Cat. Adriaan Lubbers 1892-1954, Kunstzaal Monet, Amsterdam, 1-30 maart 1963
A. Venema, Adriaan Lubbers’ New York, Mijdrecht 1980, pp. 19, 21 (afgebeeld in kleur)
A. Venema, Nederlandse schilders in Parijs 1900-1940, Baarn 1980
W. Boetzkes, A. Grondman, P. Hammann, A. Solano-Lubbers, Adriaan Lubbers (1892-1954). Zie hier mijn nieuwe adres, Deurne (Museum De Wieger) 1988
A. Blokland, Adriaan Lubbers 1892-1954. Tussen Nederland en New York, Laren 1999, p. 45-46 (afgebeeld in kleur)
Renée Smithuis, Kunstenaars op vakantie … of op zoek naar inspiratie, Zoetermeer 2009
Laat uw gegevens achter, dan neem ik contact met u op. U kunt mij ook bellen op 06 53325158.