Liever schriftelijk? Stuur mij een bericht
Kunsthandel E.J. van Wisselingh & Co, Amsterdam, inv.nr. 4636/6865
Particuliere collectie
Marius Bauer werd in 1867 geboren als de zoon van een Haagse huis- en decoratieschilder. Van de vijf kinderen in het gezin, die allemaal artistiek begaafd waren, had Marius ontegenzeggelijk de meeste aanleg, wat zijn ouders deed besluiten om hem reeds op 12-jarige leeftijd aan te melden voor de avond opleiding aan de Haagse Academie. In die jaren ging hij overdag nog naar school. Na vier jaar volgde hij tevens het dagprogramma van de academie, dit gedurende een periode van twee jaar. Reeds op 19-jarige leeftijd wordt hij toegelaten tot de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri Studio.
Bauers talent werd al vroeg opgemerkt door de kunsthandelaar Elbert Jan van Wisselingh, eigenaar van de gelijknamige kunsthandel, die in 1838 was opgericht in Den Haag en vanaf 1859 gevestigd was in Amsterdam. Nadat Van Wisselingh hoorde van Bauers interesse in de Oriënt en zijn diep gekoesterde wens om een studiereis naar Istanbul te maken, besluit hij hem financieel te ondersteunen. Dit betekende het begin van een lange en intensieve samenwerking. Overigens voorzag Van Wisselingh meer talentrijke kunstenaars van financiële steun, zoals Willem Witsen, G.H. Breitner en Matthijs Maris.
Aldus kon Bauer in het najaar van 1888 – hij was toen 21 jaar – zijn eerste reis naar Istanbul maken. De stad maakte een overweldigende indruk op hem en voedde een levenslange fascinatie voor de Oriënt. Waar Bauer vooral artistieke uitdagingen zag, was het voor Van Wisselingh zeker ook een commercieel interessant project. Hij wist dat in Nederland, door het koloniale verleden, veel belangstelling bestond voor Oriëntaalse voorstellingen. In Bauer zag hij iemand die de sfeer van de Oriënt als geen ander in beeld kon brengen. Van Wisselingh sloot een exclusief contract met hem en weldra groeide Bauer uit tot Van Wisselinghs meest succesvolle kunstenaar.
Na de eerste reis in 1888 maakte Bauer, veelal financieel gesteund door Van Wisselingh, nog talloze reizen. In 1892 bezocht hij Turkije voor een tweede keer, gevolgd door Cairo (1894), Venetië (1895), Moskou en Istanbul (1896) en India en Pakistan (1897). In de navolgende decennia reisde hij nog geregeld naar Turkije, Egypte en India. Ook bezocht hij Syrië, Algerije, Marokko, Frankrijk en Duitsland. In 1925 gaat hij naar Indonesië. Zijn laatste reis maakt Bauer in 1931, naar Cambodja, Thailand en Vietnam.
Bauer had niet de ambitie de werkelijkheid precies vast te leggen. Ter plekke maakte hij snelle studies die hij later, in het atelier, op groter formaat uitwerkte. Meestal liet hij hier enige tijd overheen gaan, waarbij het hem erom ging de essentie van wat in zijn herinnering was blijven hangen vast te leggen. Als geen ander wist hij de fantasierijke, dromerige en soms mystieke sfeer van de Oriënt te treffen in zijn werk.
Deze aquarel is geregistreerd in de archieven van het RKD (Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie) in Den Haag.
Laat uw gegevens achter, dan neem ik contact met u op. U kunt mij ook bellen op 06 53325158.