Schoonhoven, Jan

Jan Schoonhoven (1914-1994)

Jan Schoonhoven (1914-1994) - ‘SM-4’ (1976)
Jan Schoonhoven (1914-1994) – ‘SM-4’ (1976)

‘SM-4’ (1976)

gesigneerd en gedateerd 1976 rechtsonder; geannoteerd ‘SM-4-14/50’ linksonder linksonder
zeefdruk op papier
50 x 33 cm

Herkomst:

Rechtstreeks verworven van de familie van de kunstenaar

 Literatuur:

C. Rigo, B. Meijer, Jan Schoonhoven. Edities, Schiedam 2018, p. 95, no. 27-A

In zijn programmatische tekst ‘Zero’ uit 1964, verschenen in De Nieuwe Stijl (1965), lichtte Jan Schoonhoven de ordeningsprincipes van zijn kunst nader toe:

‘Het geometrische aspect van zero ontstaat uit het element van herhaling, het plaatsen in rijen (Reihungen).

Deze ordening komt voort uit de noodzaak voorkeur te vermijden. De afwezigheid van voorkeur voor bepaalde plaatsen en punten in het kunstwerk is essentieel voor zero en noodzakelijk om geïsoleerde realiteit te geven. De geometrische zijde van zero is derhalve op uiterste eenvoud afgestemd (…)

Zero is in de eerste plaats een nieuwe opvatting van de realiteit, waarin de individuele rol van de artiest is beperkt tot het minimum. De zero-kunstenaar kiest slechts, isoleert delen realiteit (materialen zowel als van de realiteit afgeleide ideeën) en toont deze op de meest neutrale manier. Het vermijden van persoonlijke gevoelens is fundamenteel voor zero. Het aanvaarden van de dingen zoals ze zijn en ze niet veranderen om persoonlijke redenen, slechts veranderingen aanbrengen indien noodzakelijk om de realiteit op meer intensieve wijze te laten zien. Wijzigingen slechts als isoleringen en concentratie van delen van de werkelijkheid.

Tijd en ruimte zijn vrijwel synoniem. Opeenvolging van één motief, één ding, één object, één deel van geïsoleerde realiteit door herhaling houdt, behalve ritme en tijd, tegelijkertijd, vanwege de herhaling, een suggestie van afwezigheid van tijd, van tijdloosheid in. Deze antithese als gevolg van het element van ‘Reihungen’ is, ondanks het monotone, de grootst mogelijke spanning eigen. Zero wenst hierop niet in de eerste plaats de aandacht te vestigen, maar aanvaardt het als grondslag gevend element van de werkelijkheid.

De voornaamste taak van zero is de werkelijkheid in essentie tonen (…) Doel is op onpersoonlijke wijze de werkelijkheid te funderen als kunst’.